Erik en Bram: wat niet mag zijn (1)
Ze staan naast elkaar onder de douche van het zwembad. Water stroomt langs hun schouders terwijl om hen heen wordt gelachen en gepraat. Niemand lijkt aandacht aan hen te besteden.
Toch voelt Bram zich ongemakkelijk.
Niet omdat Erik naast hem staat.
Juist omdat Erik naast hem staat.
Heel even ontmoeten hun blikken elkaar. Een fractie van een seconde slechts. Lang genoeg om te beseffen dat ze allebei hetzelfde denken. Lang genoeg om onmiddellijk weer weg te kijken.
Bram richt zijn aandacht op de tegelwand voor zich. Op het stromende water. Op de stemmen om hem heen. Op alles behalve Erik. Wat zou hij hem graag willen vertellen dat hij niet alleen is.
Dan vraagt iemand:
'Zijn jullie soms verliefd op elkaar?'
De opmerking is lachend bedoeld. Gewoon een grap van een ploeggenoot. Toch voelt Bram hoe zijn hart onmiddellijk een slag overslaat.
‘'Natuurlijk niet,' antwoordt hij iets te snel.
Erik doet hetzelfde.
Een minuut later verdwijnen ze naar verschillende kleedhokjes. Daarna kijken ze elkaar niet meer aan.
Nu ligt Bram op zijn bed en staart naar het plafond. Voor het eerst vraagt hij zich af of anderen het ook beginnen te zien.
Als één ploeggenoot het heeft opgemerkt, wie volgt er dan nog meer?
En wie maakt als eerste melding?
Bram draait zich op zijn zij.
Hij kent Erik al vanaf de lagere school. Toen waren ze onafscheidelijk. Na school fietsten ze samen naar huis. In de zomer speelden ze urenlang voetbal op het veldje achter de wijk. En heel soms bleef de ander logeren. Totdat dat opeens niet meer mocht. Hij herinnert zich nog hoe zijn vader het had gezegd.
"Je bent twaalf. Veel te oud om nog bij een andere jongen te slapen."
Alsof daar iets verkeerds aan was.
Op de middelbare school groeiden ze uit elkaar. Erik, met zijn blonde haren en atletische postuur, vond al snel aansluiting bij een groep populaire jongens. Bram hoorde er vanwege zijn niet helemaal blanke uiterlijk niet bij. Dat lieten ze hem regelmatig merken.
In de derde klas verhuisde Erik naar een andere stad.
Daarna verloor Bram hem uit het oog.
Tot twee jaar geleden.
Zowel hij als Erik studeerden in dezelfde stad. Alsof het lot het zo had beschikt, werden ze lid van dezelfde zwemvereniging. Bram denkt aan het moment dat hij Erik opnieuw ontmoette. De eerste training van het nieuwe seizoen zat er bijna op toen hij bij het verlaten van het zwembad een bekend gezicht zag.
'Erik?'
De ander bleef verbaasd staan.
'Hé Bram.'
Een paar seconden keken ze elkaar aan alsof ze wilden controleren of de ander het echt was.
Na afloop besloten ze om samen iets te gaan drinken in de kantine.
Ze praatten over vroeger. Over school. Over hun studie. Over alles wat er in de tussentijd was gebeurd.
Erik vertelde over zijn vriendin Mieke.
Bram vertelde over Lin.
Dat zij zijn beste vriendin was, zei hij erbij.
Dat hij nooit verliefd op haar was geweest, hield hij voor zich.
Sindsdien ontmoeten ze elkaar twee keer per week op de zwemtraining. Meestal gaan ze na afloop, veelal vergezeld van wat andere jongens, iets drinken in de kantine.
Er wordt dan over van alles gepraat: hun studies, muziek, sport en hun vriendinnen.
Bram zegt maar weinig. Hij luistert en staart zo nu en dan met een dromerige blik naar Erik. Niet te lang, want op vragen zit hij niet te wachten.
Hij heeft gemerkt dat ook Erik zo nu en dan op dezelfde wijze naar hem kijkt.
Zou ook hij?
Zou er iemand zijn die zijn blikken op Erik zou merken?
Bram gaat opnieuw op zijn rug liggen en rekt zich uit. Hij sluit zijn ogen, waarna het beeld van Erik scherp voor hem verschijnt. Hij weet dat hij gevoelens voor hem heeft; verboden gevoelens. Maar gevoelens die hem desondanks niet los willen laten.
Ze maken hem warm van binnen.
Zou Erik hetzelfde voor hem voelen?
Hij weet dat het gevaarlijk is, maar toch wil hij een gelegenheid vinden om er met hem over te praten.
Dan hoort hij op zijn telefoon een berichtje binnenkomen…