Erik en Bram: wat niet mag zijn (9)

Weer thuis voelt Erik zich nog altijd onzeker over zijn spontane voorstel om ook Lin en Bram voor het weekend aan zee uit te nodigen.

"Het spijt me," zegt hij nog eens. "Ik weet dat het eigenlijk óns weekend zou worden."

Mieke glimlacht en legt een vinger op zijn lippen.

"Joh, het is al lang goed. Ik weet dat het een spontane inval was. Ik kan me dat best voorstellen. Lin is een ontzettend leuke meid en Bram lijkt me ook een toffe gast. En eerlijk gezegd vind ik het juist mooi dat jullie elkaar na al die jaren weer toevallig hebben teruggevonden. Zo'n jeugdvriendschap raak je blijkbaar nooit helemaal kwijt."

Erik zegt niets. Hij slaat zijn arm om haar heen en trekt haar tegen zich aan.

"Wat ben jij toch lief," fluistert hij.

Mieke glimlacht en kust hem. Even later verdwijnen ze samen naar de slaapkamer. De onzekerheid van de afgelopen dagen lijkt voor even naar de achtergrond te verdwijnen. Ze genieten van elkaars nabijheid, zoals ze dat al zo vaak hebben gedaan.

Maar terwijl Mieke tevreden tegen hem aan ligt, dwalen Eriks gedachten heel even af. Ongewild ziet hij Bram voor zich. Hij schrikt van zichzelf en sluit zijn ogen. Waarom lukt het hem niet om die gevoelens los te laten?

*****************

Alex ligt op zijn brits in zijn cel. Hij is even alleen. Zijn alom aanwezige en dominante celgenoot is naar de werkplaats. Alex moet wachten tot ze hem komen halen voor het bezoek van zijn advocaat.
Hij draait zich op zijn zij en staart naar de vochtige muur. Nog ruim anderhalve week. Dan zal blijken of zijn advocaat inderdaad iets voor hem heeft kunnen betekenen.
Straks heeft hij opnieuw een gesprek met hem. Zijn advocaat lijkt zijn uiterste best te doen, maar hoeveel kan hij nog uitrichten in een systeem waarin de uitkomst misschien allang vaststaat? Maar toch verheugt hij zich op diens bezoek. Hij is zijn enige contact met de buitenwereld. Sinds zijn eerste bezoek, inmiddels ruim twee weken geleden, is hij niet meer ondervraagd. De wonden op zijn rug zijn dichtgetrokken, maar de pijn is gebleven.
Voor het eerst in zijn leven verlangt hij niet naar vrijheid, maar vooral naar een plek waar hij één nacht ongestoord kan slapen. Na de dagen in het verhoorcentrum is hij overgebracht naar een gevangenis waar ze hem tussen zware criminelen hebben geplaatst. De afgelopen weken zijn een hel geweest. Hij voelt zich niet meer dan een prooidier waarop voortdurend gejaagd wordt.
Hij denkt eraan hoe hij buiten de gevangenis een misdadiger wordt genoemd.

Omdat ik van mannen houd. Hierbinnen dwingen mannen me tot dingen die ik nooit gewild heb. En niemand die er iets van zegt.

Als hij aan zijn ouders denkt, schieten de tranen hem in de ogen. Wat zou hij zijn moeder graag even willen vasthouden. Het contact met zijn ouders verloopt echter alleen via zijn advocaat. Schrijven of op bezoek komen mogen ze nog steeds niet. De advocaat verzekert hem telkens weer dat ze van hem zijn blijven houden en alles doen wat in hun vermogen ligt om hem te steunen. Gemakkelijk is dat niet, in een omgeving waar je alleen al omdat je een 'crimineel' hebt grootgebracht met de nek wordt aangekeken.

Alex hoort een bewaker aankomen. Hij staat op en wacht tot de deur opengaat.
"Je advocaat is er."
Alex volgt de bewaker. Voor het eerst sinds dagen voelt hij weer een sprankje hoop. De advocaat schudt hem de hand zodra hij de spreekkamer binnenkomt. Hij zegt dat hij goed en minder goed nieuws heeft. Alex kijkt hem gespannen aan.
De advocaat vertelt dat er één belangrijke ontwikkeling is geweest. De jongen die aangifte tegen Alex heeft gedaan, heeft zijn klacht ingetrokken. Dat is op zichzelf goed nieuws. En de advocaat ziet voor het eerst een glimlach op Alex gezicht en zijn blauwe ogen lijken te stralen.

De advocaat voelt zich schuldig omdat hij  Alex’ opluchting direct moet temperen. De officier van justitie heeft namelijk laten weten de zaak toch door te zetten.
Alex begrijpt er niets van. Hij vraagt zich af waarom de jongen zijn valse aanklacht heeft ingetrokken?
De advocaat aarzelt even voordat hij antwoord geeft. Uiteindelijk vertelt hij dat Alex' ouders de jongen een aanzienlijk geldbedrag hebben aangeboden om zijn klacht in te trekken en verder te zwijgen.
"Ze doen alles wat ze kunnen om je te helpen," zegt hij zacht. "Ik weet niet of ik hetzelfde zou hebben gedaan, maar ik begrijp hun wanhoop.”

"Dan is het toch afgelopen?" zegt Alex,

De advocaat schudt langzaam zijn hoofd.

"Was het maar zo eenvoudig."

De glimlach vop Alex mond verdwijnt als de advocaat hem vertelt dat het Openbaar Ministerie heeft besloten de zaak toch door te zetten.
Alex laat zijn hoofd zakken. Hij is verbijsterd en balt zijn vuisten
"Waarom dan?"

“Of er nu wel of geen aangifte ligt. Het schijnt dat je immers tijdens je verhoren een bekentenis hebt afgelegd, dat je op mannen valt. Volgens de aanklager bewijst je bekentenis juist dat je schuldig bent. Dat die onder marteling is afgelegd, doet er volgens hen niet toe. Hun redenering is dat een onschuldige man zoiets nooit zou bekennen. Daarnaast zegt de aanklager dat er een medisch rapport is dat zijn zaak ondersteunt. Er is inderdaad een medisch rapport opgesteld. Ik weet dat, omdat er een arts bij je is geweest. Maar ik mag het niet inzien. Volgens het Openbaar Ministerie bevat het staatsgevoelige informatie”

"Hoe groot acht u de kans?”, vraagt Alex

De advocaat kijkt hem een paar tellen zwijgend aan.
"Op vrijspraak?"
Hij schudt zijn hoofd.
"Die kans is klein.
"Alex sluit zijn ogen.
"Maar..." zegt de advocaat.
Alex kijkt op.
"Ik denk wél dat ik een lichtere straf kan bepleiten. En belangrijker nog: als je wordt veroordeeld, ga ik alles op alles zetten om je over te laten plaatsen. Ik weet wat er in deze gevangenis gebeurt."

De tranen springen Alex in de ogen. Voor het eerst sinds zijn arrestatie heeft hij het gevoel dat er iemand is die begrijpt wat er werkelijk met hem gebeurt.

Vorige
Vorige

Erik en Bram: wat niet mag zijn (10)

Volgende
Volgende

Erik en Bram: wat niet mag zijn (8)