Erik en Bram: Wat niet mag zijn (3)
Bram verschiet van kleur. Lin ziet direct de angstige blik in zijn ogen.
Zonder iets te zeggen slaat ze haar armen om hem heen.
'Kom binnen, flupke.'
Ze houdt hem even vast. Lang genoeg om te voelen hoe gespannen hij is.
'Je trilt gewoon.'
'Valt wel mee,' mompelt Bram.
'Leugenaar.'
Lin glimlacht.
Ze loopt voor hem uit naar haar kamer. Bram volgt haar en gaat op de rand van haar bed zitten. Zelf kruipt ze met opgetrokken benen tegen de muur.
Even zegt geen van beiden iets.
'Ik hou van je, flupke,' zegt ze uiteindelijk.
Bram kijkt naar de grond.
'Dat weet ik.'
‘En jij houdt ook van mij.'
Hij knikt.
'Maar niet op de manier waarop ik vroeger hoopte.'
Bram voelt zijn maag samentrekken.
'Lin...'
'Rustig maar.'
Ze legt haar hand op de zijne.
'Dat verwijt ik je niet.'
Ze haalt haar schouders op.
'Bovendien ben ik inmiddels een groot meisje. Ik snap heus wel dat je niet kunt bepalen op wie je verliefd wordt.'
Bram zegt niets.
Hij voelt hoe zijn hart sneller begint te slaan.
Lin kijkt hem aandachtig aan.
'Je zit ergens mee.'
'Dat valt wel mee.'
'Nee.'
Ze glimlacht opnieuw.
'Dat zei je een paar maanden terug ook toen je zakte voor je tentamen.’
Ondanks zichzelf moet Bram lachen.
'En vorige zomer toen je fiets was gestolen.'
'Dat is niet hetzelfde.'
'Nee,' zegt Lin zacht.
'Dat denk ik ook niet.'
Lin schuift naar Bram toe en neemt hem in haar armen.
Langzaam komen de tranen.
Tot zijn eigen verbazing begint Bram te huilen.
Hij probeert iets te zeggen, maar de woorden blijven steken in zijn keel.
Lin zegt niets.
Ze laat hem huilen.
Ze houdt hem vast terwijl hij zachtjes tegen haar schouder schokt.
Af en toe streelt ze over zijn rug.
Pas wanneer de ergste emoties wat zijn gezakt, kijkt ze hem aan.
'Vertel het me.'
Bram schudt zijn hoofd.
'Ik kan het niet.
'Waarom niet?'
Hij veegt met zijn mouw langs zijn ogen.
'Omdat het fout is.'
Lin fronst haar wenkbrauwen.
'Wat is fout?'
'Alles.'
Opnieuw rollen er tranen over zijn wangen.
'Ik heb geprobeerd er niet aan te denken.'
'Waar niet aan?'
Bram kijkt weg.
Hij durft haar niet aan te kijken.
'Bram.'
Zijn stem trilt.
'Ik wou dat ik normaal was.'
Een paar seconden blijft het stil.
Dan knijpt Lin zacht in zijn hand.
'O, flupke.'
Meer zegt ze niet.
Dat hoeft ook niet.
Voor het eerst begint Bram te vermoeden dat ze het al weet.
Op aandringen van Mieke besluit Erik te blijven slapen.
Ze kruipen tegen elkaar aan in het te kleine bed.
‘Je bent lief’ zegt Mieke.
Ze kust hem op zijn neus en draait zich om.
Erik streelt haar voorzichtig en slaat haar handen om haar heen.
‘Welterusten schat’ zegt Erik. Maar Mieke hoort het niet mer. Ze is als een blok in slaap gevallen.
Erik kan de slaap niet vatten. Terwijl hij Mieke in zijn armen heeft, denkt hij aan Bram.
De kriebels die hij van hem krijgt.
Door zijn hoofd spoken allerlei gedachten.
Verboden gedachten.
Mooie gedachten over hij Bram in zijn armen zou nemen.
Ook Bram heeft besloten om bij Lin te blijven slapen.
Ze liggen met open ogen in bed en kijken elkaar aan.
‘Laat het even los, Fupke’
‘We komen er wel uit, maak je niet ongerust. Ik hou van je en zal er altijd voor je zijn’.
‘Ik hou ook veel van jou, schatje’ Hij kust haar en ze beginnem elkaar te strelen’
Bram sluit zijn ogen en valt langzaam in slaap.
Lin kan maar moeilijk in slaap komen.
Naast haar ademt Bram inmiddels rustig.
Ze kijkt naar het plafond.
Wat als iemand hen heeft gezien?
Wat als iemand op de zwemclub dezelfde vermoedens heeft als zij?
Wat als er al een melding is gedaan?
Onwillekeurig denkt ze terug aan een studiegenoot van vorig jaar.
Hij was opeens verdwenen.
Drie weken later verscheen zijn gezicht op alle nieuwssites.
Opgepakt wegens zedendelicten.
Ze herinnert zich vooral de foto.
De blauwe plekken.
Het gezwollen oog.
De angst in zijn blik.
Lin draait zich op haar zij en kijkt naar Bram.
Voor het eerst beseft ze dat hij werkelijk gevaar loopt.
Dan wordt er plotseling aangebeld.
Lin schrikt op.
Ze kijkt op haar telefoon.
22.34 uur.
Verdorie.
Dat was ze helemaal vergeten.
Beneden gaat de bel opnieuw.
'Lin!' klinkt een meisjesstem.
Lin slaat haar hand voor haar mond.
'O nee...'