Erik en Bram: wat niet mag zijn (11)

Een tijdlang blijven de jongens met hun controller in hun handen zitten zonder dat het spel opnieuw wordt gestart. Ieder is te veel in zijn eigen gedachten verwikkeld. Het liefst zou Erik Bram opnieuw willen zoenen, maar hij vreest dat Mieke en Lin elk moment terug kunnen komen, ook al zijn ze nog geen uur weg.

Plotseling legt Bram zijn controller op de bank. Hij staat op en geeft Erik een vluchtige zoen op zijn hoofd. ‘Ik hoop dat we nog een keer langer alleen kunnen zijn. Dat we elkaar gewoon kunnen zoenen en vasthouden.’ Even aarzelt hij voordat hij eraan toevoegt: ‘Ik hou van je.’
‘Ik ook,’ antwoordt Erik. Hij kijkt Bram aan. ‘Meer dan goed voor ons is, denk ik. Ik wou alleen dat we niet steeds hoefden te wachten tot niemand ons kan zien.’

Terwijl hij de woorden uitspreekt, merkt Erik hoe beheerst ze klinken. Bijna zakelijk zelfs, terwijl hij zich vanbinnen heel anders voelt. Het liefst zou hij Bram opnieuw tegen zich aantrekken en hem voorlopig niet meer loslaten. Waarom hij zijn gevoelens zo gemakkelijk binnen weet te houden, begrijpt hij zelf eigenlijk niet. Misschien heeft hij in de afgelopen jaren gewoon geleerd om niet alles te laten zien wat hij werkelijk voelt.

Als hij opnieuw tranen in Brams ogen ziet opwellen, heeft hij de neiging hem in zijn armen te nemen. Toch pakt hij zijn controller weer op. ‘Kom, we gaan verder met het spel. Voor je het weet zijn de meiden terug.’
Veel komt er van het gamen niet meer terecht. Geen van beiden kan zijn aandacht nog bij het spel houden en als Lin en Mieke niet veel later weer binnenkomen, zitten ze er dan ook opvallend rustig bij.

‘Wat zijn jullie tam. Zo ken ik je niet, Erik. Wil het niet zo lukken?’ vraagt Mieke.
Erik voelt dat hij een beetje rood wordt. Zonder haar aan te kijken houdt hij de controller stevig in zijn handen. ‘Wat zijn jullie snel terug. Wil het shoppen niet zo lukken?’
‘Wacht maar af, jongen,’ antwoordt Mieke glimlachend. ‘We hebben een paar leuke dingetjes gezien, maar we denken er nog even over na. We zijn hier nog niet weg.’
‘Oké, oké. Laten we dan de fietsen maar gaan ophalen,’ zegt Erik. ‘Dan gaan we meteen door naar het volgende dorp om te lunchen. We kunnen er met een omweg naartoe fietsen. We hebben geen haast, toch?’

Hij geeft Mieke een vluchtige zoen en verdwijnt naar zijn kamer om zich om te kleden. Bram kijkt hem na en begrijpt niet hoe Erik zo gemakkelijk kan overschakelen. Nog maar kort geleden hebben ze elkaar voor het eerst gezoend en heeft Erik gezegd dat hij van hem houdt. Nu zoent hij Mieke en praat over fietsen en lunchen alsof er niets bijzonders is gebeurd. Bram weet dat het niet eerlijk is om daar iets achter te zoeken, maar toch doet het hem pijn. Voor hem voelt alles sinds die eerste zoen anders.

Lin heeft Bram ondertussen goed in de gaten. Ze merkt dat hij stil is en ziet zelfs dat zijn handen een beetje beven. Voordat het ook Mieke kan opvallen, slaat ze een arm om hem heen en neemt hem mee naar hun kamer. ‘Wij gaan ons ook even opfrissen.’
Zodra ze binnen zijn, trekt Lin de deur achter zich dicht. Ze kijkt Bram aan en fluistert: ‘Jullie hebben elkaar gezoend.’
Bram wil iets zeggen, maar Lin legt haar vinger op zijn mond.
‘Later, Flupke.’

Een halfuur later zijn ze op de fiets op weg naar het buurdorp om daar te gaan lunchen. Bram en Lin fietsen zwijgend voorop, terwijl Erik en Mieke druk pratend achter hen volgen. Hoewel Bram niet achteromkijkt, voelt hij bijna voortdurend Eriks blik in zijn rug.

******************

Alex schrikt op uit zijn overpeinzingen als de bewaker plotseling zijn cel opent. Hij zat in een fantastische droomwereld. Een land waar zijn geaardheid niet strafbaar is. Waar hij kan samenwonen met een vriend en hem kan liefhebben alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Waar hij gearmd met een man over straat kan lopen en hem zomaar kan zoenen. Hij heeft geruchten gehoord dat dit heel vroeger ook in dit land mogelijk was. Ook heeft hij gehoord dat homo zijn in Spanje en Portugal niet strafbaar is. Maar helemaal zeker weet hij het niet. Hij heeft er nooit enige informatie over kunnen vinden.

De bewaker werpt hem een nieuw T-shirt en een broek toe.
‘Heeft dat flikker-advocaatje voor je meegenomen,’ zegt hij.
‘Ik dacht dat ik hem pas vanmiddag bij het proces zou zien,’ stamelt Alex.
‘Weet ik niets van. Opschieten, knul. Hij wacht op je.’

Haastig verwisselt Alex zijn oude kleren voor de nieuwe, die nog heerlijk fris ruiken. Het is de geur van vrijheid. Verward volgt Alex de bewaker naar de spreekkamer, waar zijn advocaat op hem staat te wachten. De bewaker laat hem binnen en posteert zich buiten bij de deur. De advocaat sluit de deur achter hem.
‘Ga zitten, jongen,’ zegt hij.
Alex neemt plaats en kijkt hem vragend aan.
‘Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Je zaak van vanmiddag gaat niet door. Het proces is uitgesteld, maar een nieuwe datum is nog niet bepaald.’
‘Waarom?’
De advocaat zucht.
‘Het schijnt dat er twee weken geleden een man van vijfendertig is opgepakt die een jongen van net achttien zou hebben verkracht. Een voorbijganger heeft hen betrapt en de jongen heeft direct aangifte gedaan. Na verhoor heeft de man uiteindelijk bekend. Daarbij heeft hij ook nog een tiental namen genoemd van andere homo-mannen. Naar aanleiding van die zaak heeft de officier van justitie besloten om ook de lopende dossiers opnieuw te laten bekijken.’
Alex staart hem aan.
‘Maar wat heeft dat met mij te maken?’
‘Niets,’ zegt de advocaat. ‘Maar dat maakt op dit moment blijkbaar niet uit.’

Hij wacht even voordat hij verdergaat.
‘Ik heb mijn uiterste best gedaan om ervoor te zorgen dat je je proces in vrijheid mag afwachten. Maar je hebt tijdens je verhoor bekend dat je je tot mannen aangetrokken voelt. De rechter vindt het, gezien de huidige ontwikkelingen, een te groot risico om je vrij te laten.’
De advocaat ziet hoe de lippen van Alex beginnen te trillen en langzaam de tranen in zijn ogen opwellen. Alex probeert zich te vermannen, maar het lukt hem niet. Hij legt zijn hoofd in zijn armen op tafel en begint te huilen. Alle hoop die hij had gekoesterd dat het na vandaag misschien afgelopen zou zijn, is plotseling vervlogen.
De advocaat laat hem even huilen.
‘Dan is er nog iets.’
Alex tilt langzaam zijn hoofd op.
‘Je kunt niet langer op deze speciale afdeling blijven. Ze hebben hier niet genoeg plaats. Je wordt vanmiddag overgeplaatst naar de gewone gevangenis. Daar zul je een cel met iemand moeten delen.’
Alex kijkt hem geschrokken aan.
‘Maar...’
‘Ik weet het,’ zegt de advocaat. ‘En ik weet ook dat je daar niet veilig bent. Daarom heb ik geprobeerd iets voor je te regelen.’

Hij buigt iets naar Alex toe.

‘Je wordt geplaatst bij een voormalige cliënt van mij; Sam. Het is niet bepaald een frisse jongen. Hij zit een lange gevangenisstraf uit voor een gewelddadige drievoudige moord. Binnen de gevangenis wordt hij gevreesd. Vooral vanwege zijn brute kracht.’
Alex kijkt hem niet-begrijpend aan. Dat klinkt niet bepaald als een geruststelling.
‘Juist daarom,’ vervolgt de advocaat. ‘Ik denk dat je onder zijn bescherming redelijk veilig zult zijn. Ik heb namens je ouders een deal met hem gesloten. Tegen een financiële vergoeding is hij bereid je in de gevangenis te beschermen.’
Alex is te geschokt om nog iets te kunnen zeggen.
In een soort roes loopt hij achter de bewaker terug naar zijn cel. Als de deur achter hem dichtvalt, blijft de bewaker nog even staan.
‘Vanmiddag, flikkertje,’ zegt hij met een sadistische grijns. ‘Dan kom ik je ophalen en mag je gaan spelen met de zware jongens.’

Maar Alex hoort hem nauwelijks. Schokschouderend ligt hij op zijn brits te huilen. Hij vreest de toekomst en vraagt zich af wat hij nu eigenlijk heeft misdaan. Hij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat mensen daadwerkelijk geloven dat liefde, in welke vorm dan ook, gevaarlijk kan zijn voor een ander?

Volgende
Volgende

Erik en Bram: wat niet mag zijn (10)