Dansen op de Rand - Proloog (3/3)
De goden zwijgen.
Niet uit onverschilligheid — maar uit herkenning.
Aphrodite knielt bij de rand van het dak.
“Ze weten het nog niet,” zegt ze.
“Maar ze staan op het punt iets te voelen dat niet meer terug kan.”
Ares balt zijn vuist.
“Liefde heeft altijd oorlog uitgelokt.”
“En altijd hoop,” antwoordt Aphrodite.
Hermes glimlacht.
“Ze zullen zeggen dat het een keuze is. Dat het af te leren valt.”
Hij schudt zijn hoofd.
“Ze vergissen zich.”
Beneden, ergens in die stad van wetten en lichten,
lopen twee jongens langs elkaar zonder het te weten.
Nog niet.
Hun levens zijn al afgebakend.
Hun toekomst al besproken door mensen die hen nooit zullen kennen.
Maar binnenkort —
heel binnenkort —
zullen ze elkaar zien.
En op dat moment
zal de wereld hen dwingen te kiezen.
Aphrodite sluit haar ogen.
“Zullen we ingrijpen?” vraagt ze.
Ares kijkt weg.
“Dat mogen we niet.”
Hermes glimlacht flauwtjes.
“Maar kijken,” zegt hij,
“dat mogen we altijd.”
De goden blijven zitten.
Hoog boven de stad.
Hoog boven wetten.
Hoog boven schuld.
En ergens, diep onder hen,
begint het verhaal van Julius en Rommel.
Dansen op de Rand: een dystopische YA-novelle over Julius en Rommel, twee jongens die verliefd worden in een wereld waar hun liefde verboden is.
Hun verhaal is fictief, maar de thema’s zijn helaas nog steeds actueel.