Erik en Bram: wat niet mag zijn (6)
Na het ontbijt is Bram weer teruggegaan naar zijn eigen studio. Onderweg naar huis blijft hij nadenken over wat Lin precies met die afspraak wil bereiken. Hoe langer hij erover nadenkt, hoe meer hij begint te hopen dat er misschien iets positiefs uit kan voortkomen. Tegelijkertijd durft hij zich er niet te veel van voor te stellen. Het idee alleen al dat hij een avond met Erik zou kunnen doorbrengen, bezorgt hem vlinders in zijn buik.
Toch weet hij ook dat sommige dromen gevaarlijk zijn. Hij kan zich niet voorstellen dat hij Erik ooit zomaar een zoen zou kunnen geven zonder bang te hoeven zijn voor de gevolgen. Zelfs een spontane omhelzing kan al voldoende zijn om problemen te krijgen. Iedereen weet dat de zedenpolitie geen grap is. Bij de tramhalte vlak voor zijn studio blijft hij even staan. Aan een reclamezuil hangt een grote poster. Er zijn alleen twee ogen op afgebeeld die de voorbijgangers lijken te volgen. Daaronder staat de slogan: Zie je wat? Meld het. Bescherm onze kinderen.
Wat er precies gemeld moet worden, staat er niet bij. Dat hoeft ook niet. Iedereen kent de regels. Vijf jaar geleden werd vastgelegd dat burgers verplicht zijn immoreel gedrag te melden. Twee mannen die elkaar omhelzen of zoenen kunnen al aanleiding zijn voor een onderzoek. De zedenpolitie zoekt vervolgens zelf uit wat er precies aan de hand is.
Bram heeft nooit begrepen wat dat met kinderbescherming te maken heeft. Wat hij wel weet, is dat de zedenpolitie hem angst aanjaagt. Hij denkt aan Alex en aan de verhalen die over hem rondgaan. Verhalen over verhoren die dagen kunnen duren en bekentenissen die uiteindelijk altijd lijken te komen. Soms vraagt Bram zich af of die verhalen waar zijn. Hij hoopt vooral van niet.
Achter zijn bureau gezeten lukt het Bram maar niet om zich op zijn studie te concentreren. Zijn aantekeningen over moleculaire structuren liggen open voor hem, maar de formules zeggen hem weinig. Zijn gedachten dwalen telkens af.
Vooral de arrestatie van Alex baart hem zorgen.
Als ik het aan hem zag, heeft hij het misschien ook aan mij gezien.
De gedachte laat hem niet los. Wat zouden ze met Alex doen? Bram heeft de verhalen gehoord. Verhalen over martelingen, afgedwongen bekentenissen en vernederingen. En dan die foto's die regelmatig in de media verschijnen: murw geslagen slachtoffers — meestal mannen — met blauwe plekken, gebroken blikken en soms nauwelijks herkenbare gezichten. Daaronder staat steevast hetzelfde bericht: dat de zedenpolitie opnieuw een bedreiging voor onze kinderen heeft weggenomen.
Bram huivert.
Om zijn gedachten te verzetten pakt hij zijn telefoon om wat muziek op te zetten. Net op dat moment komt er een bericht binnen.
Het is van Erik.
11:23 Erik
Lijkt Mieke ook leuk om jou en Lin beter te leren kennen. Hoor wel wanneer het kan
12:25 Erik
Zie je morgen op de zwemclub. Rookgordijn.
Rookgordijn?
Bram fronst zijn wenkbrauwen. Hij heeft geen flauw idee wat Erik daarmee bedoelt. Hij overweegt even om het te vragen, maar besluit het erbij te laten.
12:35 Bram
Toppie. Ik overleg met Lin voor een datum en laat het je weten. Zie je morgen.
12:36 Erik
👍
Bram legt zijn telefoon weg.
"Rookgordijn," mompelt hij zacht.
Misschien bedoelt Erik er niets mee. Misschien is het een grap die hij niet begrijpt.
Maar ergens knaagt het woord aan hem.
******************
Alex wist niet meer precies hoeveel dagen hij vastzat. De uren vloeiden in elkaar over en zonder klok of daglicht verloor hij elk gevoel voor tijd. Wat hij wel wist, was dat iedere ondervraging hetzelfde patroon volgde. Eerst kwamen de vragen. Welke jongens kende hij? Met wie had hij contact? Waar vonden de bijeenkomsten plaats? Welke namen kon hij noemen? En telkens wanneer hij antwoordde dat hij niemand kende en nergens aan had deelgenomen, werd dat gezien als een nieuwe leugen.
Het ergste waren niet eens de vragen, maar de vernederingen. Bij iedere ondervraging moest hij zich volledig uitkleden. Zijn protesten maakten geen enkele indruk. De mannen die tegenover hem zaten leken er zelfs plezier in te hebben. oen hij bleef volhouden dat hij geen homoseksueel was, werd dat beantwoord met gelach en opmerkingen waaruit bleek dat zijn ontkenningen voor hen slechts een bevestiging vormden van zijn schuld. Ze brachten met veel geweld een stomp voorwerp bij hem naar binnen,. De pijn die daarop volgde was niet alleen lichamelijk. Het was vooral de volstrekte machteloosheid die hem brak. Ze hadden allang besloten wie hij was. Zijn woorden deden er niet meer toe.
Toch bleef hij ontkennen, niet omdat hij zo moedig was, maar omdat hij eenvoudigweg niets te bekennen had. Hij kende geen netwerk. Geen geheime ontmoetingsplaatsen. Geen lijst met namen. Hij had nog nooit een jongen gekust, laat staan een relatie gehad. Er waren jongens geweest op wie hij verliefd was geworden, soms maandenlang, zonder dat die ooit iets hadden gemerkt. Eén van hen had hem zelfs aangegeven. Die gedachte bleef als een splinter in zijn hoofd steken.
Die ochtend was er een arts verschenen. Alex had even gehoopt dat er eindelijk iemand naar hem zou luisteren. Iemand die zou zien wat er werkelijk met hem was gebeurd. Het onderzoek duurde nauwelijks tien minuten. Daarna noteerde de man iets op een formulier en verklaarde zonder enige aarzeling dat er duidelijke aanwijzingen waren voor regelmatige anale seksuele contacten.
Alex had geprotesteerd. Hij had verteld wat er tijdens de verhoren was gebeurd. Dat de verwondingen niet afkomstig waren van seks, maar van de mishandelingen die hij had moeten ondergaan. De arts had nauwelijks opgekeken van zijn papieren.
"Dat zeggen ze allemaal," was zijn enige reactie geweest.
Sindsdien wist Alex dat niemand hem ging helpen.
Hij dacht aan de universiteit, aan zijn ouders en aan het leven dat nog geen week geleden zo gewoon had geleken. Tussen al die herinneringen verscheen onverwacht het gezicht van Bram. Rustig, vriendelijk en meestal een beetje op zichzelf. Soms had Alex zich afgevraagd of Bram misschien dezelfde gevoelens kende als hijzelf. Nooit had hij ernaar durven vragen.
Tijdens de laatste ondervraging hadden ze opnieuw namen geëist. Namen van andere perverten, zoals ze het noemden. Namen van mensen die nog niet waren opgepakt.
Voor het eerst had Alex gevoeld hoe zijn verzet begon af te brokkelen.
Bram.
De naam was even door zijn hoofd geschoten.
Hij sloot zijn ogen.
Misschien zouden ze stoppen als hij een naam noemde. Misschien ook niet.
Langzaam liet hij zijn hoofd tegen de muur zakken.
"Bram," fluisterde hij zacht.
En onmiddellijk voelde hij zich verrader.