Zijn alle mensen gelijk?

Vrijwel iedereen roept meteen ja. Politici, religieuze leiders, filosofen - ze claimen allemaal de gelijkwaardigheid van de mens te beschermen. Maar de realiteit is grilliger. De geschiedenis laat zien dat wij mensen juist meesters zijn in het creëren van een 'wij' en een 'zij'. Dat onderscheid ontstaat niet vanzelf, maar wordt gevoed door een gedachtegoed: een religie, een politieke ideologie of een andere overtuiging die bepaalt wie er wel en niet volledig bij hoort.

Zodra een gedachtegoed mensen verdeelt in groepen die als meer of minder waard worden beschouwd is de gelijkheid verdwenen. Soms gebeurt dat subtiel, bijvoorbeeld door vrouwen minder kansen te geven. Soms gebeurt het openlijk, door lhbti+, joden, andersdenkenden of andere minderheden als minderwaardig, bedreigend of zelfs gevaarlijk af te schilderen.

Ik heb geleerd dat dit gedachtegoed op zichzelf niets met links of rechts te maken heeft. De neiging om mensen in te delen in groepen waarvan de ene meer waard zou zijn dan de andere, is heel algemeen. Het komt in vrijwel iedere politieke of religieuze stroming voor. Het zijn niet de etiketten die bepalen hoe iemand naar anderen kijkt, maar de overtuigingen die daaronder liggen.

Volgens mij verklaart dat ook waarom opvattingen en vooral ook uitingen en acties die vaak met extreemrechts geassocieerd worden, soms net zo goed voorkomen bij mensen die zichzelf links noemen. Evenzo zijn er mensen die zichzelf rechts noemen of als rechts bestempeld worden, die wel degelijk oprecht opkomen voor gelijke rechten en gelijke waardigheid van ieder mens. Links en rechts zeggen uiteindelijk weinig over de vraag of iemand werkelijk gelooft in de gelijkwaardigheid van alle mensen.

De echte scheidslijn loopt daarom niet tussen links en rechts, maar tussen mensen die ieder mens dezelfde fundamentele rechten en waardigheid gunnen, en mensen die vinden dat bepaalde groepen minder rechten verdienen of zelfs geen bestaansrecht hebben.

Hoe beschermen we de fundamentele rechten van ieder mens in een wereld waarin politici, religieuze leiders en opiniemakers steeds vaker groepen mensen tegenover elkaar zetten? En dat in een tijd waarin sociale media, influencers en algoritmen deze tegenstellingen alleen maar versterken omdat verontwaardiging en conflict nu eenmaal meer aandacht trekken dan nuance?

Die bescherming begint met het besef dat grondrechten niet afhankelijk mogen zijn van populariteit. Ze moeten worden bewaakt door een onafhankelijke rechter, een vrije pers en politici die bereid zijn verder te kijken dan de volgende verkiezingen. Maar ook burgers dragen verantwoordelijkheid. Wie zwijgt wanneer de rechten van een ander worden aangetast, moet niet verbaasd zijn wanneer later zijn eigen vrijheid ter discussie wordt gesteld. Gelijkwaardigheid bestaat niet alleen op papier. Ze blijft alleen bestaan wanneer we bereid zijn haar ook te verdedigen voor mensen met wie we weinig gemeen hebben of met wie we het fundamenteel oneens zijn.

Voor mij betekent democratie meer dan de wil van de meerderheid. Als morgen 60 procent van de bevolking besluit dat homoseksuelen, moslims, christenen, joden of atheïsten minder rechten hebben, wil dat niet zeggen dat die beslissing rechtvaardig is. Juist daarom bestaan grondrechten. Zij beschermen niet de meerderheid, maar de minderheid. Ze leggen vast dat er grenzen zijn aan wat een meerderheid mag besluiten.

Als we accepteren dat een meerderheid mag bepalen welke minderheid minder rechten heeft, betwijfel ik of grondrechten dan nog wel grondrechten zijn. Worden het dan niet meer  privileges die bestaan zolang de meerderheid ze wil geven?

Volgende
Volgende

Wanneer fictie ongemakkelijk dichtbij komt