Een warme deken zonder veel diepgang

In de boekenwereld van sociale media wordt Het weeshuis in de azuurblauwe zee van TJ Klune met grote regelmaat aangeprezen. Het internet viel massaal in katzwijm over deze zogenaamde 'cosy fantasy'. Recensenten spraken over een warme deken en prezen de inclusieve, hartverwarmende sfeer. Nu ik het boek zelf heb uitgelezen, moet ik eerlijk bekennen dat ik die enorme hype niet helemaal begrijp.Begrijp me niet verkeerd: het boek leest als een trein. Er zit veel vaart in het verhaal en TJ Klune schrijft met een flinke dosis droge humor. De interacties tussen de kille, bureaucratische controleur Linus Baker en de excentrieke kinderen van het weeshuis zijn vaak oprecht grappig. Een jonge antichrist met een voorliefde voor vinylplaten is bijvoorbeeld een vondst die me regelmatig heeft doen glimlachen. Ook het contrast tussen het kleurloze kantoorleven van Linus en het kleurrijke eiland waarop het weeshuis staat, werkt uitstekend. Je vliegt moeiteloos door de pagina's heen.

Toch bleef ik na afloop met een wat onbevredigd gevoel achter. Zodra je de humor en de charme van de personages wegdenkt, blijft er voor mij een verhaal over dat weliswaar sympathiek is, maar ook erg eenvoudig.

Wat ik op zich een interessante keuze vind, is de manier waarop Klune met het queer-thema omgaat. In deze wereld is queer zijn namelijk volkomen normaal. Niemand kijkt op van een relatie tussen twee mannen. De groep die hier wordt gewantrouwd en buitengesloten bestaat uit kinderen van magische wezens met bovennatuurlijke krachten. Zij worden door de overheid ondergebracht in afgelegen tehuizen, ver weg van de 'gewone' samenleving, waar streng toezicht op hen wordt gehouden.

De boodschap is duidelijk: een samenleving die bang is voor wat zij niet begrijpt, probeert datgene te controleren, te isoleren en uiteindelijk onzichtbaar te maken. Dat is een thema dat mij aanspreekt. Misschien juist omdat uitsluiting, discriminatie en de angst voor het afwijkende onderwerpen zijn die ook in mijn eigen boeken regelmatig terugkeren.

Juist daarom had ik gehoopt op wat meer nuance en gelaagdheid. Voor mijn gevoel ligt de metafoor er wel erg dik bovenop. Het overheidssysteem is vrijwel uitsluitend slecht, de 'monsters' blijken stuk voor stuk liefdevolle en onschuldige wezens, en de ontwikkeling van Linus van gehoorzame bureaucraat naar meelevend mens zie je al vanaf de eerste hoofdstukken aankomen. Ik miste de grijstinten die zulke thema's juist interessant maken.

Ook de romance wist mij niet helemaal te overtuigen. Positief is dat de hoofdpersonen mannen van middelbare leeftijd zijn. Dat alleen al maakt het boek verfrissend binnen een genre waarin de hoofdpersonen vaak jong zijn. Tegelijkertijd had ik juist daardoor gehoopt op wat meer volwassen diepgang in hun relatie. Nu bleef het voor mijn gevoel allemaal erg veilig en voorspelbaar.

Misschien is dat ook precies de bedoeling van dit boek. Het wil troosten, niet uitdagen. Het wil een warm gevoel geven, geen ongemakkelijke vragen stellen. En daar is natuurlijk niets mis mee. Ik begrijp heel goed waarom zoveel lezers zich door dit verhaal gezien en omarmd voelen.

Voor mij bleef het echter te veel een sprookje. Een prettig geschreven, humoristisch en sympathiek sprookje, maar wel een waarin goed en kwaad iets te netjes gescheiden blijven. Wie op zoek is naar een literaire knuffel zal hier waarschijnlijk gelukkig van worden. Wie hoopt op een scherpe, gelaagde roman over uitsluiting en anders-zijn, komt ondanks alle lofuitingen waarschijnlijk minder enthousiast uit.

Volgende
Volgende

De lessen van Theresienstadt