A case for the existence of God

Gezien de voorstelling A Case for the Existence of God. Het stuk is geschreven door Samuel D. Hunter en uitgevoerd door Theater Rotterdam.

Het is een intiem en ontroerend drama over twee alleenstaande vaders die op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen hebben. Bryan (Thomas Höppener), een gescheiden fabrieksmedewerker, vecht om de voogdij over zijn dochter niet te verliezen. Kevin (Fjodor Jozefzoon), een alleenstaande homoseksuele hypotheekadviseur, probeert juist zijn pleegdochter te adopteren.

De twee ontmoeten elkaar in Kevins kleine hypotheekkantoor en blijken beiden op hun eigen manier door het leven te zijn gehavend. Terwijl zij vechten voor hun bestaansrecht en de toekomst van hun dochters, ontstaat uit hun gedeelde kwetsbaarheid een diepe en onwaarschijnlijke vriendschap.

Het resultaat is een krachtig, sober en uiteindelijk hoopvol pleidooi voor menselijke verbondenheid, gedragen door sterk acteerwerk en een fraaie, strakke regie van Erik Whien.

Het enige wat mij minder beviel was het slot. Nadat Kevin en Bryan elkaar uiteindelijk hebben gevonden en troost bij elkaar lijken te vinden, volgt nog een scène die zich ver in de toekomst afspeelt en waarin hun inmiddels volwassen dochters elkaar ontmoeten. Voor mijn gevoel was het stuk sterker geweest als deze laatste scène achterwege was gelaten. Maar wellicht denken anderen daar anders over.

Desondanks bleef ik de schouwburg met een goed gevoel verlaten. Een mooie, ingetogen voorstelling over verlies, hoop, vriendschap en de behoefte van mensen om gezien te worden.

Wat mij vooral aansprak, was de manier waarop het stuk laat zien hoe belangrijk het is om gezien te worden door een ander. Achter de praktische problemen waarmee Bryan en Kevin worstelen, schuilt uiteindelijk een veel fundamentelere behoefte: de wens om ertoe te doen voor iemand anders en niet alleen achter te blijven.

Misschien raakte de voorstelling me daarom ook zo. Tijdens het kijken moest ik regelmatig denken aan thema's die ik zelf heb verkend in mijn novelle Als het doek valt. Ook daarin staan menselijke verbondenheid, vriendschap, verlies en de angst om vergeten te worden centraal. Hoewel beide verhalen totaal verschillend zijn, delen ze dezelfde overtuiging: dat troost vaak niet wordt gevonden in grote oplossingen, maar in de aandacht en aanwezigheid van een ander mens.

Vorige
Vorige

De lessen van Theresienstadt

Volgende
Volgende

Ben Howard Summertour